Brandgrens Rotterdamse binnenstad vanaf 14 mei weer verlicht

  • woensdag 6 mei 2020
  • Willem de Waard

De brandgrens in de Rotterdamse binnenstad zal vanaf 14 mei weer verlicht zijn. De brandgrens markeert de scheiding tussen het deel van de stad dat door de bombardementen in mei 1940 is verwoest en het deel dat gespaard bleef. Tijdens de herbouw van de stad in 1946 werd deze scheiding voor het eerst de brandgrens genoemd.

In 2006 werd besloten om deze grens te markeren met in totaal 385 roden en groene lampen. De markering werd in 2010 voltooid en sindsdien is in één oogopslag duidelijk waarom Rotterdam een modern stadshart heeft. De afgelopen jaren waren veel van deze lampen kapot gegaan. De lampen die oorspronkelijk werden gebruikt voor de brandgrens waren echter niet meer verkrijgbaar, waardoor de gemeente besloot om alle lampen te vervangen. De vervanging van deze lampen is nu voltooid waardoor vanaf 14 mei de brandgrens weer verlicht zal zijn.

Al vroeg op 10 mei 1940 veroveren de Duitsers het militaire vliegveld Waalhaven en spoedig landen Duitse watervliegtuigen bij de Maasbruggen op de Maas. Door het gebrek aan tegenstand kan de vijand snel posities innemen aan beide zijden van de voor de Duitse opmars essentiële Maasbruggen. De Nederlandse militairen staan, met uitzondering van de in Rotterdam gelegerde mariniers, onder commando van kolonel Scharroo. Zij zijn niet in staat om de Maasbruggen te heroveren en twee pogingen daartoe van de marine met torpedoboten en een torpedojager lopen op niets uit. Ondanks het feit dat enkele Duitse eenheden weten stand te houden op het noordelijke bruggenhoofd, kan de vijand voorlopig niet verder oprukken. De Duitse en Nederlandse troepen beschieten elkaar over de Maas heen.

De periode van Duitse aanval tot Nederlandse capitulatie duurt 5 dagen. Wanneer duidelijk wordt, dat de Duitsers vanuit het door hen gecontroleerde Rotterdam-Zuid via de Maasbruggen verder Holland willen binnendringen, krijgen de mariniers opdracht dat te verhinderen. De Maasbruggen moeten op de Duitsers worden heroverd en opgeblazen. Het is in deze vergeefse strijd dat heldhaftige mariniers in de verbeelding uitgroeien tot ‘zwarte duivels’ die angstige Duitsers in man tegen man gevechten met messen zouden hebben afgeslacht. Feit is dat de mariniers, met weinig ondersteuning, door hun taaie en hardnekkige verdediging lang stand houden bij de Willemsbrug.

Tussen 10- en 14 mei vinden tenminste twintig luchtaanvallen op Rotterdam plaats, uitgevoerd door de Luftwaffe, de Militaire Luchtvaart en Royal Air Force. Het totale aantal doden onder de burgerbevolking bedraagt naar schatting 850-950 burgers. Op 11 mei wordt tegen middernacht een zwaar bombardement uitgevoerd door de Luftwaffe. Doel is de kazerne van politietroepen aan de Westersingel en het onderkomen van militairen aan de Robert Fruinstraat. Zo wordt de Schietbaanlaan getroffen door enkele voltreffers. Er vallen 40 doden. De Nederlandse krijgsmacht verloor tijdens de meidagen in Rotterdam en omgeving door bombardementen en beschietingen in totaal 185 militairen. Van hen behoorden er 33 tot de Koninklijke Marine en 152 tot de Koninklijke Landmacht.

Nog steeds zijn alle vragen rond het vernietigende Duitse bombardement op Rotterdam van dinsdag 14 mei 1940 niet beantwoord. Vast staat dat op hoog Duits niveau een dergelijk zwaar bombardement wordt beschouwd als middel om de Nederlandse overgave te bespoedigen. Dat is ook wat gebeurt, ondanks de voorkeur van de Duitse commandant in Rotterdam, Schmidt, voor een gericht licht bombardement en onderhandelingen met de Nederlandse legerleiding om Rotterdam tot overgave te dwingen. Het bombardement op Rotterdam van 14 mei wordt uitgevoerd door circa 90 Heinkel-bommenwerpers dat onder leiding van Geschwader-kommodore Oberst Walter Lackner staat. Tussen 13.27 uur en circa 13.40 uur vindt het grote oppervlaktebombardement op Rotterdam-Centrum, Kralingen en Rotterdam-Noord plaats. De afgeworpen lading verwoest meer dan 30.000 woningen en panden. In totaal komen als gevolg van dit bombardement 800 tot 900 mensen om. 550 van hen hebben een laatste rustplaats gekregen op begraafplaats Crooswijk. Via 'zoeken op personen' op de website van het Stadsarchief zijn overlijdensakten van bombardementsslachtoffers te vinden.

Direct na het bombardement breken overal in en rond het centrum van Rotterdam branden uit. Een harde wind wakkert het vuur aan en de brandweer kan in deze situatie weinig uitrichten. Veel materieel gaat verloren en veel waterbronnen zijn onbereikbaar. Tienduizenden burgers vluchten weg uit de inferno die het stadscentrum is. Bijna 80.000 Rotterdammers raken hun huis en hun spullen kwijt. In Kralingen en bij de Coolsingel breidt de vuurzee zich verder uit over de stad. Wanneer ’s avonds en ’s nachts de wind draait en nog sterker wordt, vallen andere stadsdelen ten prooi aan de vlammen. Pas op 16 mei zijn de grootste branden geblust. De verliezen zijn norm. Een gebied van ruim 250 hectare is geheel of gedeeltelijk verwoest. Het wordt al snel ‘de puin’ genoemd.

Na het bombardement volgt de capitulatie van de stad door kolonel Scharroo. De Duitse eisen worden ingewilligd, waaronder de onmiddellijke verspreiding van een proclamatie door de bij de overgave aanwezige burgemeester Oud. Deze moet verklaren dat hij persoonlijk met zijn leven borg staat voor rust in de stad, dat de gevechten met de Duitsers zijn gestaakt en verder verzet geen zin meer heeft. De bevolking wordt opgeroepen voor zover mogelijk ‘aan zijn gewone werk te gaan’. De eveneens geëiste verklaring dat de Duitsers als vrienden zijn gekomen, neemt Oud niet op. Wel wordt er gemeld dat de Duitsers op bevel van hun commandant zich tegenover de Rotterdammers ‘welwillend’ moeten gedragen. De proclamatie wordt op een handpers gedrukt omdat de stroom is uitgevallen.

Door de bombardementen en beschietingen tussen 10 en 14 mei 1940 werd in Rotterdam een oppervlakte van 258 ha, waarvan 158 ha aan bebouwd gebied en 100 ha aan straten en andere open ruimte verwoest. De verwoestingen van panden waren grotendeels het gevolg van het grote bombardement van 14 mei en de daardoor ontstane grootschalige branden. Ook de talloze beschietingen hebben schade aangericht. In het getroffen gebied waren van 252 straten alle gebouwen verwoest en van 141 straten was de bebouwing gedeeltelijk verwoest.

Er gingen in totaal 25.479 woningen verloren waarin 77.607 bewoners gehuisvest waren. Daarnaast waren ongeveer 2000 mensen woonachtig in 26 hotels, 117 pensions en 44 logementen die verwoest werden. In totaal raakten 79.600 personen dakloos, 12,8% van de toenmalige bevolking van Rotterdam. Van hen waren per 15 juni 1940 20.887 personen in andere gemeenten ondergebracht, terwijl de anderen op dat moment binnen Rotterdam een (tijdelijk) onderkomen hadden gevonden. Behalve woningen werden tal van bedrijfspanden verwoest. 31 warenhuizen en 2320 kleinere winkels, 31 fabrieken en 1319 werkplaatsen, 675 pakhuizen en vemen, 1437 kantoren, 13 bankgebouwen en 19 consulaten, 69 schoolgebouwen en 13 ziekenhuis-inrichtingen, 24 kerkgebouwen en 10 inrichtingen van liefdadigheid, 25 gemeentelijke- en rijksgebouwen, 4 stationsgebouwen, 4 dagbladbedrijven en 2 musea, 517 cafés en restaurants, 22 feestgebouwen, 12 bioscopen en 2 schouwburgen en 184 overige bedrijfsruimten.

Ook na het bombardement van 14 mei kreeg Rotterdam te maken met diverse luchtaanvallen en beschietingen. Door de Royal Air Force en de United States Army Air Force werden in de oorlog voor zover bekend 128 luchtaanvallen uitgevoerd op Rotterdam en omgeving. Naar schatting de helft daarvan had plaats op doelen binnen het stadgebied van Rotterdam, terwijl de andere helft voor het merendeel gericht op doelen in de omgeving van Pernis (raffinaderijen en olietanks) en op scheepswerven in Schiedam en het Waterweggebied. Er vielen bij deze 128 aanvallen 884 doden en 631 gewonden.

Het hevigste bombardement op de stad na dat van 14 mei 1940 vond plaats op 31 maart 1943. Amerikaanse bommenwerpers uit Engeland voeren die dag een aanval uit op haven- en scheepsbouwinstallaties in het havengebied in Rotterdam-West. Behalve hun doel, het industriegebied tussen Keilehaven en Merwehaven, werd door de Amerikaanse vliegers ook grote schade aangericht in nabijgelegen woongebieden, vooral in de wijk
Bospolder-Tussendijken. Het dodental was 401. Ongeveer 10 ha bebouwd gebied en 8 ha openbare weg werd verwoest. Ongeveer 16.500 mensen werden dakloos. Het bombardement staat ook bekend als het 'Vergeten bombardement'. In 1978 heeft Piet Wolters de verhalen van ooggetuigen opgetekend. Op 31 maart 1993 heeft toenmalig premier Ruud Lubbers in het Gijsingplantsoen een monument van kunstenaar Mathieu Ficheroux
onthuld ter herinnering aan het bombardement.

Bron; brandgrens.nl

Gerelateerde artikelen:
Meer nieuws van 6 mei 2020